Aantal vacatures in Nederland daalt met 60 duizend in eerste kwartaal

Normal pexels photo 374016
Afbeelding: Burst

Aan het einde van het eerste kwartaal van 2020 waren er 60 duizend vacatures minder dan een kwartaal eerder, een afname van 21 procent. Het gemiddelde aantal banen groeide met 23 duizend, aanzienlijk minder dan in de voorgaande kwartalen. Het gemiddelde aantal werklozen daalde in het eerste kwartaal met 39 duizend. Door de afname van het aantal openstaande vacatures liep de spanning op de arbeidsmarkt terug naar gemiddeld 82 vacatures per 100 werklozen. In het vierde kwartaal waren dat er nog 91. Dit meldt het CBS op grond van nieuwe cijfers.
De aangescherpte maatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus golden vanaf de tweede helft van maart. In de cijfers die de gemiddelde situatie in het eerste kwartaal weergeven, zoals het aantal banen en het aantal werklozen, is de invloed van deze maatregelen minder zichtbaar dan in de cijfers die de eindstand van het kwartaal weergeven, zoals de vacatures.

Sterkste afname van vacatures ooit gemeten

Eind maart 2020 was het aantal openstaande vacatures afgenomen tot 226 duizend, ruim 60 duizend minder dan een kwartaal eerder. Dit is de eerste kwartaalafname in zeven jaar tijd, en bovendien in aantallen de grootste die ooit is gemeten. De sterkste afname tot nu toe werd gemeten tijdens de financiële crisis. In het vierde kwartaal van 2008 nam het aantal openstaande vacatures met 49 duizend af. Na verdere dalingen in de kwartalen daarop met 44 duizend en 26 duizend, stabiliseerde het aantal.
In het eerste kwartaal ontstonden 266 duizend nieuwe vacatures. Daartegenover stond een record aan vervulde (inclusief vervallen) vacatures, namelijk 331 duizend, 19 duizend meer dan een kwartaal eerder. Het aantal vervallen vacatures was met 55 duizend betrekkelijk groot. Doorgaans is dit minder dan 20 duizend in een kwartaal. Met name in de detailhandel en horeca vervielen veel vacatures. In de handel werden de meeste vacatures vervuld.

Afname vacatures in alle bedrijfstakken

De afname deed zich voor in alle bedrijfstakken. In de handel nam het aantal vacatures het meest af (17 duizend vacatures minder dan een kwartaal eerder), gevolgd door de horeca (13 duizend minder). In het vierde kwartaal van 2019 was er in de handel nog een toename van 1 duizend vacatures, in de horeca bleef het aantal vacatures toen gelijk.

Relatief gezien namen de openstaande vacatures het meest af in de horeca. Van 23 duizend vacatures in het vierde kwartaal naar 10 duizend in het eerste kwartaal is een afname van 57 procent. Ook in de bedrijfstak vervoer en opslag was de afname met 33 procent hoog. Het aantal openstaande vacatures in de landbouw en het openbaar bestuur bleef nagenoeg gelijk.

Net als in het vorige kwartaal stonden de meeste vacatures open in de handel (42 duizend), de zakelijke dienstverlening (40 duizend) en de zorg (36 duizend).

Vacaturegraad neemt af

De vacaturegraad nam in het eerste kwartaal van 2020 af naar 26. Dit verhoudingsgetal geeft aan hoeveel vacatures er zijn per duizend banen van werknemers. De gemiddelde vacaturegraad was in het vierde kwartaal van 2019 nog 33.

De vacaturegraad blijft het hoogst in de bedrijfstak informatie en communicatie. Eind maart waren er in deze bedrijfstak 52 vacatures per duizend werknemersbanen. Dit zijn er 12 minder dan in het kwartaal ervoor. Hierna volgen de bouwnijverheid met 42 vacatures per duizend banen (9 minder) en de financiële dienstverlening met 34 vacatures per duizend banen (8 minder). De vacaturegraad is met 11 vacatures per duizend banen (3 minder) nog steeds het laagst in het onderwijs.

Aantal banen groeit minder hard

Het totale aantal banen, van zowel werknemers als zelfstandigen, kwam in het eerste kwartaal uit op 10 773 duizend. In deze cijfers zijn alle banen meegeteld, voltijd en deeltijd. De cijfers zijn inclusief de banen van mensen die vanwege de coronacrisis niet kunnen werken, maar krijgen doorbetaald. Een dergelijke voorziening wordt vergemakkelijkt door de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging werkgelegenheid (NOW), die in verband met de coronacrisis is ingesteld om baanverlies en werkloosheid te beperken.

Sinds het vierde kwartaal kwamen er 23 duizend banen bij, een toename van 0,2 procent. Dit is het laagste groeicijfer sinds het eerste kwartaal van 2016. Vanaf het eerste kwartaal van 2019 kwamen er 135 duizend banen bij.

Gewerkte uren

In verband met de coronacrisis hebben werknemers in bepaalde bedrijfstakken vanaf maart aanzienlijk minder uren gewerkt, wat de cijfers over het eerste kwartaal van 2020 beïnvloedt. De nu beschikbare bronnen bieden nog onvoldoende houvast om deze afname goed in beeld te brengen. Het CBS heeft daarom besloten op 15 mei, bij de eerste raming van de economische groei en de arbeidsmarkt over het eerste kwartaal, geen cijfers over het aantal gewerkte uren te publiceren. Het streven is om dit zo spoedig mogelijk alsnog te doen.

Afname groei werknemersbanen

De groei van het aantal banen, die vanaf het tweede kwartaal van 2014 al aanhield, ging in het eerste kwartaal door. Wel was de groei van het aantal werknemersbanen aanzienlijk kleiner dan in het vorige kwartaal, namelijk 3 duizend tegenover 28 duizend. Het totaal kwam daarmee op 8 565 duizend. Het aantal banen van zelfstandigen nam nog wel fors toe en groeide met 20 duizend naar 2 208 duizend. Dat is maar iets lager dan in het voorafgaande kwartaal (21 duizend), de grootste toename na het eerste kwartaal van 2015.

Grootste daling aantal banen bij uitzendbureaus

Het aantal banen bij de uitzendbureaus daalde met 27 duizend van het vierde op het eerste kwartaal. Zo’n grote daling is na het eerste kwartaal van 2010 niet meer voorgekomen. Over heel 2019 daalde het aantal banen in deze branche al met 28 duizend. In de jaren 2018 en 2017 was nog sprake van een flinke stijging met 26 duizend en 75 duizend banen.

Andere bedrijfstakken groeiden in het eerste kwartaal nog wel vergeleken met het vierde kwartaal van 2019. In de zakelijke dienstverlening kwamen er 18 duizend banen bij. Andere bedrijfstakken met een grote banengroei waren de zorg (10 duizend), cultuur, recreatie en overige diensten (7 duizend), en de informatie en communicatie (5 duizend).

Minder flexwerknemers

In het eerste kwartaal hadden 1,8 miljoen werknemers een flexibele arbeidsrelatie. Dat zijn er 102 duizend minder dan in het eerste kwartaal van 2019. De daling deed zich vooral voor bij uitzendkrachten en werknemers met een tijdelijk dienstverband. Meer over de ontwikkeling bij flexwerknemers is te lezen in het nieuwsbericht Vooral uitzendkrachten in eerste kwartaal vaker zonder werk.

Het aantal werknemers met een vaste arbeidsrelatie is in vergelijking met het eerste kwartaal van 2019 toegenomen, namelijk met 209 duizend. In het eerste kwartaal van 2020 hadden 5,7 miljoen werknemers een vaste arbeidsrelatie. Zij hebben een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en een vast aantal uren per week.

Werkloosheid gedaald

In het eerste kwartaal van 2020 daalde het aantal werklozen naar gemiddeld 277 duizend. Het gaat om mensen zonder betaald werk die hier recent naar hebben gezocht en direct beschikbaar zijn om aan de slag te gaan. Het werkloosheidspercentage daalde van 3,4 naar 3,0. De ontwikkeling van de werkloosheid is het resultaat van een aantal omvangrijke stromen. Er komen werklozen bij doordat werkenden hun baan verliezen en doordat mensen die eerder niet actief waren op de arbeidsmarkt (niet-beroepsbevolking) op zoek gaan naar werk. Omgekeerd vermindert het aantal doordat werklozen werk vinden of zich terugtrekken van de arbeidsmarkt. Per saldo leverde dat een daling op van 39 duizend werklozen.

De aangescherpte maatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus golden vanaf de tweede helft van maart. Omdat de cijfers over arbeidsrelaties en werkloosheid de gemiddelde situatie in het eerste kwartaal weergeven, is de invloed van deze maatregelen nog nauwelijks zichtbaar.

Verdere daling langdurige werkloosheid

Het aantal langdurig werklozen, degenen die al een jaar of langer op zoek zijn naar werk, is gedaald naar 84 duizend in het eerste kwartaal van 2020. Dat zijn 24 duizend langdurig werklozen minder dan een jaar eerder. Het aandeel van de werklozen die een jaar of langer op zoek zijn naar werk, kwam hiermee op 28 procent. In het eerste kwartaal van 2019 was dat nog 32 procent.

Het aandeel langdurig werklozen is het grootst onder werkloze 45-plussers: in het eerste kwartaal van 2020 was 49 procent van hen minstens een jaar werkloos. In het eerste kwartaal van 2019 was dit nog 55 procent.

Minder arbeidspotentieel onbenut

De werkloosheidscijfers volgens de ILO-definitie omvatten niet alle mensen zonder werk die recent naar werk hebben gezocht of die direct zouden kunnen beginnen. Bovendien blijven deeltijdwerkers die meer uren willen werken buiten beschouwing. Het CBS brengt ook deze deelgroepen van het zogenoemde onbenut arbeidspotentieel in kaart. In het eerste kwartaal van 2020 bestond dit uit 968 duizend mensen, 115 duizend minder dan een jaar eerder.

Het onbenut arbeidspotentieel bestaat uit vier deelgroepen. Het ging in het eerste kwartaal naast 303 duizend werklozen (niet-seizoengecorrigeerd) om 221 duizend mensen die direct beschikbaar waren voor werk, maar niet recent hebben gezocht, en om 125 duizend mensen die niet beschikbaar waren, maar wel hebben gezocht. De vierde groep bestaat uit 319 duizend onderbenutte deeltijdwerkers. In tegenstelling tot de andere groepen hebben zij wél betaald werk. Zij werken echter minder dan 35 uur per week in de hoofdbaan, willen meer uren werken en zijn hier ook direct voor beschikbaar.

 

Dit artikel verscheen eerst op Nederland Actueel
Meer nieuws van Almere-Actueel.nl
Blijf op de hoogte
Meld je aan voor de nieuwsbrief